Gerhard van de Rhoer

Gerhard van de Rhoer

Schilderen is voor Gerhard het zoeken naar een extra dimensie in het leven, waarbij de zoektocht een flirt met gevaar betekent: het gevaar dat het schilderij definitief mislukt, dat de extra dimensie er niet blijkt te zijn of zich niet laat vangen in verf, uit de kans dat zijn pretenties loos blijken te zijn. Schilderen en tekenen betekenen voor Gerhard ook het in contact zien te komen met het toeval. Er bestaat het toeval van lijnen, vlakken en kleuren, die samen iets onvoorziens gaan betekenen, dat soms bruikbaar is.

Gerhard van de Rhoer peurt naar wat er in hem te ontdekken valt en wat hij op het doek kan gebruiken met het risico dat hij niets aantreft. Zijn werk gaat vooral over ruimte, structuur en kleur. De titel van het werk maakt deel uit van het geheel en mag de kijker niet voor de voeten lopen.

Schilderen is het bijwonen van een scheppingsproces, van een activiteit, waar hij zelf inspraak in heeft. Het proces voltrekt zich deels buiten hem om, maar hij is wel de aanstichter en de eindverantwoordelijke. Zijn handtekening op een doek (of op de achterkant als het niet in het beeld past) bewijst het en maakt hem aansprakelijk. Tijdens het schilderen wisselen binnensmonds vloeken, zachtjes neuriën en stille wanhoop elkaar af.

Tenslotte, als het schilderij of de tekening ‘af’ is, ontstaat het nog grotere toeval van de communicatie tussen zijn werk en een onbekende toeschouwer, die misschien nog niets eens geboren is. Een schilderij of tekening heeft trouwens tenminste één toeschouwer nodig, anders is het niet zeker dat het echt bestaat. Gerhard van de Rhoer is tevreden als zijn werk iemand niet onverschillig laat, als het dagdromen, emoties, gedachten, of wrevel oproept.

Het schilderend en tekenend omgaan met gevaar is vergelijkbaar met reizen en net zoals bij reizen schuilt de lol in het onderweg zijn, een vreugde die vervliegt als je op je bestemming bent aangekomen. Dan is het schilderij voor de kijker.


Bernedien Wouters.  Mayke Giesbers